INTERVIEW

Over inspiratie, passie en nieuwsgierigheid
Fatma Koşer-Kaya, wethouder Onderwijs en Cees van Eijk, wethouder Jeugd


Alle kinderen en jongeren in de stad kansen bieden; dat is de ambitie van het Uitvoeringsprogramma Jeugd en Onderwijs (UPJO). Dit programma loopt tot 2021 en richt zich op een nauwere samenwerking tussen de betrokken partijen in het jeugd- en onderwijsveld.


Wethouders Fatma Koşer-Kaya en Cees van Eijk werken vanuit een gezamenlijk visie en motivatie aan een betere toekomst voor de jeugd van Amersfoort. ‘Samen optrekken’ is daarbij van grote waarde volgens de twee enthousiaste wethouders. “Dat geldt niet alleen voor ons, maar voor alle samenwerkende partijen. Onze werkvelden sluiten hierin goed op elkaar aan. Omdat we sinds juni met z’n tweeën voor onze college-ambities aan de slag zijn, hebben we meer tijd en aandacht voor het uitvoeringsprogramma. We kunnen allebei onze passie inzetten voor deze belangrijke doelgroep”, stelt Van Eijk.


Het UPJO gaat uit van een doorlopende lijn van 0 tot 23 jaar bij alle jonge inwoners. De verschillende organisaties in het jeugd- en onderwijsveld vormen een keten op die lijn. Het programma zorgt ervoor dat professionals zich - op het vlak van jeugd én onderwijs - met elkaar verbinden en de samenwerking aangaan. Door samen te werken, zonder belemmeringen tussen organisaties, ontstaat een veel sterkere keten die tot betere resultaten kan komen. Wethouder Koşer-Kaya: “Het jeugddomein en het onderwijs hebben dezelfde doelstellingen. Dus die werkvelden ‘ontschotten’ en verbindingen leggen om echt te investeren in ieder kind, is simpelweg een voorwaarde. Zo kunnen we gelijke kansen bieden op een goede start voor alle kinderen.” Scholen en andere organisaties die met jeugd en hun ouders werken, trekken samen op vanuit dezelfde pedagogische visie. “Denk bijvoorbeeld aan ABC waarin scholen, kinderopvang en welzijn aangesloten zijn of de bibliotheek op school om taalontwikkeling te stimuleren.”


“Het jeugddomein en het onderwijs hebben dezelfde doelstellingen. Dus die werkvelden ‘ontschotten’ en verbindingen leggen om echt te investeren in ieder kind, is simpelweg een voorwaarde. Zo kunnen we gelijke kansen bieden op een goede start voor alle kinderen.”

Koşer-Kaya en Van Eijk zijn nog vers in functie maar durven al wel te spreken van resultaten om trots op te zijn. Een mooi voorbeeld is het initiatief ‘Vreedzame school, Vreedzame wijk’. Van Eijk: “De start was klein, vanuit het onderwijs, om daarna te verbreden naar de gehele wijk. Zo zijn er projecten in de wijken Schuilenburg en Liendert die verder doorgroeien.” Jongeren, politie en allerlei maatschappelijke organisaties zijn vanuit hetzelfde doel en kader aan de slag gegaan. Een goed voorbeeld van de inclusieve samenleving die het programma beoogt. Het enthousiasme dat eruit is ontstaan, heeft bovendien een positieve uitwerking op de wijk. “Het is goed om te zien dat bewoners van de wijk het pedagogisch concept omarmen en werken aan het klimaat in de wijk. Er ontstaat een gevoel van ‘dit is onze wijk; hier gaan we voor’.”


Ook het beleid rond Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) wordt in Amersfoort ‘inclusief’ ingevuld. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen kinderen met of zonder VVE-indicatie. De essentie van het beleid is dat er gemengde groepen zijn. Door verder te kijken dan taal of de sociaaleconomische situatie, maar bijvoorbeeld ook de sociaal-emotionele problematiek te belichten, kan al vroeg preventief worden gewerkt. Dat is positief voor de ontwikkeling van onze jongste inwoners. Voor een kind maakt het niet uit of een ander kind in de groep iets meer hulp nodig heeft. Samen ontdekken en ontwikkelen staat centraal; zeker voor kinderen onderling.


Amersfoort is op sommige gebieden behoorlijk ver met de ontwikkelingen. Betrokken professionals weten elkaar goed te vinden. De gezamenlijke inspanning voor een bepaalde doelgroep of een vraagstuk is opvallend. En de onderlinge samenwerking is goed; niet alleen tussen professionals, maar ook met het bedrijfsleven. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de onderwijsleerbedrijven van mbo Amersfoort waar onderwijs en werk worden gecombineerd.


“Het is goed om te zien dat bewoners van de wijk het pedagogisch concept omarmen en werken aan het klimaat in de wijk. Er ontstaat een gevoel van ‘dit is onze wijk; hier gaan we voor’.”

“De komende twee jaar moet het onderwijsveld dan ook steeds meer het voortouw nemen, bijvoorbeeld door gesprekken aan te gaan over de uitdagingen, dilemma’s en kansen die er liggen”, vindt Koşer-Kaya. Scholen en andere onderwijsorganisaties vormen het middelpunt en moeten de aanvullende partijen erbij betrekken. Dat gaat uiteraard niet vanzelf. Er moet hard aan gewerkt worden om dit voor elkaar te krijgen. Een missie waar Koşer-Kaya graag voor staat: “We doen al heel veel dingen erg goed, dat mogen we laten zien, maar het kan nog steeds beter - én vaker! De inclusieve samenleving krijgen we niet zomaar. Dat kost tijd, moeite en energie. Als we dit voor elkaar krijgen in de toekomstige generaties ben ik een gelukkig mens.”


Ook Van Eijk heeft een duidelijke missie voor de nabije toekomst. “Ik zou graag willen dat kinderen en jongeren vooral zelf ook een stem krijgen. Kinder- en jongerenparticipatie is zo belangrijk! Kinderen kijken op een gedreven en originele manier naar hun omgeving en naar hoe ze dingen kunnen verbeteren. Daar moeten we komende jaren mee aan de slag.”


De overheid, in dit geval de gemeente Amersfoort, wordt er soms verantwoordelijk voor gehouden hoe dingen lopen, hoe beslissingen worden genomen en voor alle bureaucratie eromheen. Koşer-Kaya stelt dat de verantwoordelijkheid voor de opvoeding primair bij ouders zelf ligt: “En waar dat niet altijd lukt, moeten we kiezen voor een evenwichtige verdeling van taken. We moeten er alles aan doen om ouders zelf ‘in hun kracht te zetten’ en hun kinderen een mooie toekomst te bieden. Dus niet de opvoeding overnemen als hulpverlening, maar ouders ondersteunen zodat zij die verantwoordelijkheid zelf kunnen nemen.” Amersfoort geeft daarom opvoedingsondersteuning en zoekt steeds naar de juiste balans tussen de verantwoordelijkheid van ouders en het bieden van hulp. “Het uitgangspunt is om het kind voldoende bagage mee te geven zodat het ook later goed in het leven staat en nieuwsgierig blijft naar de mogelijkheden die het heeft.”


De samenwerking tussen deze twee wethouders gaat heel natuurlijk; beiden zijn enthousiast over hun werkveld en vullen elkaar aan. Wanneer zij een wens mogen uitspreken voor de professionals in dat werkveld zijn zij unaniem. Van Eijk en Koşer-Kaya zijn het erover eens dat de samenleving niet genoeg erkent en herkent wat voor geweldig werk er wordt gedaan. Dat kan wel wat verbetering gebruiken. “De passie, energie en het positivisme van medewerkers in het hele veld zijn ongelooflijk. Daar mogen we best wat meer aandacht aan besteden, bijvoorbeeld door de ‘diamantjes’ in de etalage te zetten!”


Over twee jaar zal het UPJO na 2020 zijn afgerond. Hoe gaat het dan verder met het beleid voor jeugd en onderwijs? Van Eijk is ervan overtuigd dat er dan nog steeds, of misschien zelfs meer, ondernemende geesten in het onderwijs- en jeugdveld zullen zijn die de schouders eronder zetten. Mensen die een verdiepingsslag zullen maken en op zoek gaan naar nieuwe vormen van samenwerken. Beide wethouders zijn er voorstander van om alle goede dingen die worden gedaan te laten zien. Vallen, opstaan, leren, evalueren en weer doorgaan is daarbij het credo.


“Over twee jaar moet er eigenlijk weer een inspiratiemagazine als dit komen, maar dan gemaakt door de jongeren zelf! Die moeten dan kunnen vertellen hoe fantastisch het is om hier in Amersfoort jong te zijn en op te groeien.”