SCHOOL


Taalklassen helpen jonge anderstaligen bij inhaalslag

Wereldwijzer is een taalschool voor anderstalige kinderen van zes tot twaalf jaar uit Amersfoort en omliggende plaatsen zoals Baarn, Nijkerk en Bunschoten. De kinderen die hier naar school gaan, zijn veelal gevlucht uit hun thuisland en wonen vaak nog maar kort in Nederland. Hierdoor beheersen zij de Nederlandse taal nog niet voldoende. Op Wereldwijzer staat het leren van de Nederlandse taal centraal en stromen de leerlingen na veertig tot zestig weken door naar het reguliere of speciale basisonderwijs.


Vera Doornekamp, sinds augustus 2016 directeur van Wereldwijzer en zorgcoördinator Willemien Velsink richten zich samen met het leraren- en vrijwilligersteam op het nieuwkomersonderwijs in Amersfoort. Gedreven en enthousiast staan zij iedere dag klaar voor de jonge kinderen die hier met heel veel plezier naar school gaan. “Alle docenten en vrijwilligers vullen elkaar goed aan en springen bij waar nodig. De samenwerking tussen alle teamleden gaat hier als vanzelf. Samenwerken aan één gezamenlijk doel; veiligheid, taalbeheersing en structuur voor nieuwkomers”, vertellen ze.


Half negen

Er komen bij Wereldwijzer kinderen die nog nooit naar school zijn geweest en waar alles aan uitgelegd moet worden. Dat de school om half negen begint, dat ze een tas mee moeten nemen en hoe het sporten op school werkt. Zodra ze twaalf jaar zijn gaan ze door naar het voortgezet onderwijs. In de meeste gevallen is dat ‘Het Element’, een taalschool voor oudere kinderen. Sommigen dichten de kloof sneller en kunnen door naar het reguliere basisonderwijs.


Stamgroep

Het vraagt nogal wat van het twaalfkoppige team ‘wegwijzers’ om deze kinderen een veilige omgeving te bieden. Er wordt bewust gewerkt met kleine groepen van gemiddeld vijftien kinderen. Ieder kind zit in een stamgroep, die er op belangrijke momenten van de dag is. Daarbinnen is de veiligheid van het kind gewaarborgd. Het openen van de dag, het afsluiten van een dag en lunchen gebeurt altijd met de stamgroep. Daarnaast worden kinderen verdeeld in niveau- en clustergroepen. Door verschillende niveaus aan te bieden op vaste tijdstippen, kan er beter maatwerk worden geboden. Vera merkt op: “Het is best puzzelen hoor. Het verloopt vrij soepel, maar we vragen ook veel van de kinderen. We willen ze ook weer niet de hele tijd heen en weer willen slingeren. Het is soms zoeken naar een balans tussen inhoud van de lesstof en geven ze graag het gevoel van veiligheid binnen één of meer groepen.”



‘Wij zijn trots op deze kinderen. Ze laten een enorme veerkracht zien, zijn vrolijk en hebben zin in school. Gretig als ze zijn om alles te begrijpen en te leren. Betere redenen om je bed uit te komen, zijn er niet’


WC-briefje

Wereldwijzer is een voltijds taalschool. Er is veel expertise in huis. De gemeente Amersfoort biedt nieuwkomers een intensief taalbad. Hiermee leert het kind in ieder geval de eerste vier- tot vijfduizend basiswoorden om vervolgens uit te kunnen stromen naar het reguliere onderwijs. Als een kind binnenkomt heeft het nog geen vocabulaire. Alle woorden worden uitgelegd. Dat begint dus met je jas aan de kapstok hangen en waar je mag gaan zitten. Willemien vertelt: “Sommige kinderen komen met een briefje in hun zak uit de taxi waarop staat ‘wc’ of ‘toilet’. Dan kunnen ze dat aan de juf laten zien als ze ‘moeten’. Het lijkt schattig, maar het maakt gelijk duidelijk hoe kwetsbaar je bent als je de taal niet beheerst. Vooral voor de ouders van deze kinderen is het een enorme stap om hun kind los te laten in een voor hen onbekende wereld.”

Voelsprieten

Er is op Wereldwijzer veel aandacht voor het pedagogisch klimaat. Een veilige sfeer is essentieel. Het kind krijgt alle ruimte om te landen, de eerste weken wordt er niet veel van ze gevraagd. De vele indrukken van de nieuwe omgeving kosten al heel veel energie. Het team voelt dat feilloos aan. Pas als een kind vertrouwen heeft, komt het leren op gang. Bij de één gaat dat sneller dan bij de ander. “De kinderen worden bij ons in principe in veertig weken voorbereid op het regulier onderwijs. Er is een mogelijkheid om het traject te verlengen tot zestig weken. Leerkrachten halen alles uit de kast en hebben hier flinke voelsprieten nodig”, lacht Vera.


Overbrugging naar VO

Het aanleren van een tweede taal vereist een andere didactiek. Zo wordt de taal eerst passief geleerd en pas later wordt overgestapt op actief taalgebruik. “Dat is vrij intensief. Doorstromen naar regulier (voortgezet) onderwijs is voor deze kinderen een forse stap. Daar waar sommigen niet kunnen wachten om naar hun nieuwe school te gaan, zien anderen er juist als een berg tegenop. Er is dan nazorg nodig. Door subsidie vanuit de gemeente kunnen we die verlenen. Zodat ieder kind goed terechtkomt, op een plek die hem past. Ik vind het mooi dat ik dat mag doen. Als je daar je bed niet voor uitkomt, weet ik het ook niet meer”, vertelt Willemien.


Vera en Willemien spreken zich beiden nog wel uit over hun grootste zorg: “Logistiek ligt de school op een onhandige plek. Kinderen komen uit de wijken Kruiskamp, Liendert, Rustenburg en waar ook vandaan op hun veel te kleine fietsjes. Zonder licht, zonder begeleiding. Tot nu toe gaat dat allemaal nog goed, maar als team houden we wel ons hart vast!”


Voor meer informatie over de Taalklassen, kijk op wereldwijzertaalklassen.nl